Wat als je opnieuw kan beginnen

Wat als je opnieuw kan beginnen?

- Door Maud van den Berk -

  

Ik heb echt geen zin om naar school te gaan, weer een dag mezelf verstoppen of gepest worden. ‘Mama ik voel me niet lekker mag ik alsjeblieft thuisblijven?’  ‘Je gaat gewoon naar school schat, ik ben naar mijn werk.’ ‘Veel plezier.’ Ik zal toch maar naar school gaan, als mama er anders achter komt ben ik de klos. ‘Papa?’ Ik had eigenlijk niet hoeven roepen, ik hoor hem al snurken vanuit mijn bed. Ik loop naar de woonkamer toe, want hij zal wel weer op de bank geslapen hebben. Ik kom de woonkamer in maar ik ruik meteen al dat hij vannacht te veel heeft gedronken.       

Ik smeer snel een broodje en loop maar vast naar school. Als ik het schoolplein oploop voel dat iedereen weer naar me staart, mijn hart gaat steeds sneller kloppen en ik loop in één rechte lijn naar de ingang. In mijn ooghoek zie ik al dat Emma daar komt aanlopen met dat domme groepje van haar. Ik versnel mijn pas, ik ben bijna bij de deur. Emma gaat voor de deur staan en houdt me tegen. ‘Hé sukkeltje ben je er toch, we dachten dat je niet meer zou komen.’ Al haar “vriendinnen” lachen om wat ze zegt. Ik word ineens helemaal boos, ik sla Emma tegen haar hoofd. ‘Denk je dat je leuk bent met al je nep vriendinnen, ik ben niet bang voor jullie.’ ‘Morgen zal je zien wie ik echt ben!’     

Een paar uur later zit ik in de les en denk ik na over wat er deze ochtend op het schoolplein is gebeurd. Had ik het maar nooit gedaan, wat zullen ze morgen wel niet van me verwachten.   

Na school loop ik meteen door naar de kapper. ‘Kunt u mijn haar wat korter knippen en het zwart kleuren?’ ‘Weet je het heel zeker?’ vraagt de kapper ‘Je blonde haar is zo veel mooier.’ Ik moet wel dus ik zeg: ‘Ja, ik weet het zeker.’   

Als ik de kapperszaak uitloop heb ik meteen al spijt van mijn keuze, mama zal ook wel heel boos zijn. Op mijn weg naar huis kom ik toevallig langs kledingwinkel “De paspop”.  In de etalage hangt een hele mooie trui. Ik blijf er een hele tijd naar kijken totdat de winkelier naar buiten komt. ‘Vind je hem mooi?’ ‘Ik vind hem prachtig, maar ik kan hem me vast niet veroorloven.’ ‘Toevallig moet hij weg,’ zegt de winkelier ‘wil je hem hebben?’ Ik spring een gat in de lucht, ‘Ja heel graag! ’Ik krijg de trui in mijn handen geduwd, en ren naar huis.       

De volgende dag ga ik met een compleet nieuwe look naar school. Als ik het schoolplein oploop valt Emma haar mond open van verbazing. Ze stapte opzij en ik liep met heel veel zelfvertrouwen naar binnen.