Niet alleen
Niet alleen
- Door Sophie Bussing -
Het was een koude avond Bas liep alleen naar huis. De wind waaide erg hard en er waren rare geluiden. Bas trok zijn jas dicht en voelde zijn hart snel kloppen. “Stel je niet aan,” zei hij tegen zichzelf. “Er is niks engs.” Toch voelde het niet goed. In zijn hoofd zaten allemaal enge gedachten. Wat als er iemand achter hem liep? Of wat als er ineens iets engs uit de bosjes sprong? Hij keek steeds om zich heen, maar steeds zag hij niemand. Hij versnelde zijn looptempo en stak zijn handen in zijn zakken. In zijn zak zat zijn telefoon, maar die was bijna leeg. “Natuurlijk,” zuchtte hij. ‘Precies op het moment dat ik hem nodig heb.” Opeens hoorde hij voetstappen achter zich. Tik.. tik… tik… Bas stopte. De voetstappen stopten ook. Snel draaide bas zich om. Niemand. “Oke.. dit is vreemd,” fluisterde hij. Zijn hart ging nog sneller kloppen dan het al deed. Bas liep weer verder, dit keer nog sneller. Zijn ademhaling werd zwaar en hij voelde zich steeds banger. Toen hoorde hij het weer. De voetstappen kwamen dichterbij. “Wie is daar?!” riep Bas. Maar er kwam geen antwoord. Plotseling voelde hij een tik op zijn schouder. Sam sprong opzij en schreeuwde: “BLIJF UIT MIJN BUURT!” Toen hij zich omdraaide zag hij… zijn beste vriend Milan. Bas keek hem boos aan maar was wel opgelucht. “Serieus?” Milan begon hard te lachen. “Je gezicht! Je leek wel een geschrokken kat!” Bas zuchtte diep. Zijn hart was inmiddels al rustiger. “Dat is echt niet grappig. ”Een beetje wel, “zei Milan. “Je liep hier zo zenuwachtig, dus ik dacht: ik maak het nog wat spannender.” Bas schudde zijn hoofd. “Mijn gedachtes maakte het al spannend genoeg.” Ze liepen samen verder. Bas voelde zich alweer een stuk beter nu hij niet meer alleen was. Ze praatten een beetje en maakten grapjes, maar Bas keek toch nog af en toe achterom. Net toen ze een smalle straat inliepen, hoorden ze allebei een hard geluid uit een steegje. KRAK! Bas keek Milan boos aan en zei: hahaha heel grappig Milan. Maar Milan keek hem aan en zei zacht: dat was ik niet… Ze bleven even stil staan. Bas voelde zijn hart weer sneller kloppen. Heel voorzichtig pakte hij Milans hand vast. “Voor de zekerheid, “zei hij. Milan grijnsde een beetje, maar zij niks. Langzaam liepen ze naar het steegje toe. Bas keek om de hoek en hield zijn adem in. Er bewoog iets. “Zag jij dat?” fluisterde hij tegen Milan. “Ja…” zei Milan. Opeens sprong er iets naar hun toe. Bas en Milan schreeuwden allebei tegelijk en sprongen zo snel mogelijk achteruit. Toen zagen ze eindelijk wat het was. Een kleine kat. De kat keek hen rustig aan en liep daarna weg alsof er niks was gebeurd. Even was het stil. Toen begonnen ze allebei te lachen. “Oké, “zei Bas. “Misschien zat alles toch gewoon in mijn hoofd.” “Of die kat is gewoon heel goed in mensen laten schrikken, “zei Milan. Bas knikte. “Ja, dat kan ook. Mijn hart is er in ieder geval nog niet overheen.”