Reflectie

Reflectie

- Elaya Steevensz -

  

Noah stond nog maar net in de hal van zijn nieuwe middelbare school toen zijn telefoon trilde; een kort bericht zonder afzender verscheen op het scherm: kom naar lokaal 13. En hoewel hij zeker wist dat hij niemand kende die zoiets zou sturen, voelde het niet als iets dat hij kon negeren. Met zijn tas nog halfopen en zijn hoofd vol vragen begon hij door de gangen te lopen, langs kluisjes en stemmen die langzaam vervaagden, alsof de school stiller werd hoe dichter hij bij zijn bestemming kwam. Zijn hart klopte sneller terwijl zijn hoofd logisch probeerde te blijven en hij de deurbordjes bekeek. Na een tijdje zoeken vond hij het lokaal, aan het einde van een smalle gang, half verborgen in de schaduw. Hij opende de deur. Geen geluid, geen leerlingen, geen leraar, alleen stilte en een spiegel aan de muur. Noah liep naar binnen en bleef staan voor de spiegel. Zijn reflectie keek terug, maar iets voelde anders. Plotseling zag hij een rimpeling, alsof het glas vloeibaar werd. Zijn adem stokte. Voorzichtig stak hij zijn hand uit. Geen harde tik, alleen een zachte weerstand. Langzaam gleed zijn hand erdoorheen en toen— BAM. Hij landde hard op een koude vloer. De kamer bestond volledig uit spiegels; overal zag hij zichzelf, maar elke reflectie bewoog nét anders. Zijn hart sloeg sneller, zijn hoofd probeerde het te begrijpen en zijn handen balden zich. “Welkom, Noah, in het rijk der illusies,” klonk een stem overal tegelijk. “Het is aan jou om eruit te komen. Niets is hier wat het lijkt.” Noah slikte. “Oké… rustig blijven.” Hij zette een stap en één spiegel deed niet mee. Zijn reflectie stond stil. Langzaam draaide die zijn hoofd en glimlachte, maar het was niet zijn glimlach. “Je kijkt alleen met je ogen,” zei de reflectie. “Maar dat is niet genoeg.” “Wat dan wel?” vroeg Noah. “De combinatie,” klonken meerdere stemmen. “Je hoofd, je hart en je handen.” Noah kneep zijn ogen dicht. Denken hielp niet. Langzaam haalde hij adem en voelde zijn hart rustiger worden. Hij opende zijn ogen en keek anders, niet alleen met zijn hoofd, maar ook met gevoel. “Als niets is wat het lijkt… moet ik vertrouwen op alles tegelijk.” Hij stak zijn hand uit naar de verkeerde spiegel. Zijn handen trilden, maar hij duwde door. De kamer begon te trillen, de reflectie verloor zijn glimlach en toen barstte de spiegel open in licht. Noah werd naar voren gezogen, hij viel, maar deze keer landde hij zacht. Heel zacht. Langzaam opende hij zijn ogen. Zonlicht scheen in zijn kamer. Hij lag in bed. Zijn moeder kwam binnen en zei: “Opstaan, eerste schooldag.” Noah knikte langzaam. Misschien was het een droom. Hij stond op, pakte zijn tas en liep naar school. In de hal trilde zijn telefoon. Een bericht verscheen. Kom naar lokaal 13 Noah bleef staan. Zijn hart sloeg sneller, zijn hoofd twijfelde en zijn handen trilden licht. En toch begon hij te lopen.